De Swettetsjerke

De Johanneskerk

  • Bouwplannen

    Zolang er geen eigen kerkgebouw was, werden de zondagse diensten gehouden in de lagere school voor christelijk onderwijs aan de Zwette, die op 22 februari 1870 in gebruik was genomen. Bouwplannen voor een nieuwe kerk waren er wel, maar met het geld ging het erg moeilijk. In de zomer van 1872 was het echter zover dat Louw Piekstra van Kûkherne opdracht kreeg de kerk te bouwen voor f 5.995,–. Op 26 september van datzelfde jaar kon het gebouw worden ingewijd, en was er reeds een beroep uitgebracht op kandidaat Kornelius van Goor.

     

    Hij werd op 20 oktober 1872 als eerste predikant in de nieuwe kerk bevestigd. Of het hem niet beviel, weten wij niet, maar hij bleef ruim anderhalf jaar. Na hem kwam Lubbert van Dellen.

    Hij hield het, net als zijn voorganger, ruim anderhalf jaar vol. Maar ook de volgende predikanten waren geen blijvertjes. T. Noordewier bleef twee jaar en negen maanden. W. Fokkens hield het bijna zes jaar vol. Hij werd opgevolgd door G. Sijbesma. Die bleef vijf jaar. In 1893 werd L. G. Goris beroepen. Hij vertrok in 1899. Daarmee was de kerk van Feanwâldsterwâl wel een echte doorgangsgemeente geworden.

  • Dominees

    Op 1 juli 1900 werd kandidaat A. Terpstra bevestigd. Hij vertrok na elf jaar naar Tijnje-Terwispel. Zijn opvolger, F. Wiersma, hield het na twee jaar voor gezien. Dominee W. F. Geerds was een blijvertje. Hij diende de gemeente van 1915 tot zijn emeritaat in 1944. De dominees werkten toen nog tot hun zeventigste. De eerste dominee na de oorlog was F. H. Vonk.

    Hij bleef van zomer 1946 tot het voorjaar van 1950.

    In de zomer van 1950 werd H. Veenstra als zijn opvolger bevestigd. Acht jaar later nam deze een beroep aan naar Urk. Een jaar later kwam W. Fokkens. Hij ging op 1 november 1967 werken als legerpredikant. De laatste vijendertig jaar werd de gemeente gediend door de predikanten Van Til, Barkema, Verschoof en Deuzeman.

     

    De beginjaren van de Gereformeerde Kerk van Feanwâldsterwâl vielen in een tijd van sociale armoede. Men wist vaak niet hoe alles betaald moest worden. Dat was ook de reden dat er aanvankelijk geen consistorie bij de kerk was. Deze is pas later bijgebouwd tussen de kerk en de pastorie, en dient nu als garage bij de predikantswoning. Het was in 1902 dat de vaste bijdrage werd ingevoerd, en het structureel ietsje ruimer werd met de financiën. Door de jaren heen ontstond er evenwel een andere zorg.

  • 1918

    In het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog – de gemeente bestond toen bijna vijftig jaar – was de toeloop van kerkleden zo groot geworden, dat er verandering moest komen. In 1918 werd een eerste plan gemaakt voor verbouwing. Kosten achtduizend gulden. Dat ging niet door. In de naoorlogse jaren gingen de prijzen echter snel omhoog. Er werden nieuwe plannen gemaakt. Kosten achtienduizend gulden. Onbetaalbaar oordeelde men. Er kwam een nieuwe bouwcommissie.

    Er werd vergaderd.

     

    Plannen voor nieuwbouw werden goedgekeurd, maar gingen niet door omdat de tekeningen door een timmerman en niet door een architekt waren gemaakt. Er kwam een derde plan. Kosten dertigduizend gulden. Maar het mocht niet meer kosten dan vijftienduizend gulden. De begroting van een vierde plan was nog weer hoger. Tenslotte werd een andere architekt in de arm genomen, die een bouwplan ontwierp dat onder de vijftienduizend gulden bleef. Het hele avontuur verliep echter tragisch.

  • Torentje

    Tijdens de verbouwing kwam de voorgevel van de kerk met galerij en orgel naar beneden. Wie moest toen de schade betalen? Hoe het ook gegaan is, toen de vernieuwde kerk in 1922 werd ingewijd, was de aannemer uit Wânswert failliet. In de zomer van 1923 kreeg de kerk een torentje met een luidklok. In 1951 heeft het kerkgebouw nog een inwendige verbouwing gehad. Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw, zijn achter de kerk een nieuwe consistorie en ruimten voor de kindernevendienst bijgebouwd, en werd de hal vergroot.

     

    Het is niet zo, dat er door de jaren heen alleen maar gebouwd en verbouwd is. Dat is uiteindelijk ook niet het belangrijkste voor een kerk. Belangrijk is hoe de kerk zich door de jaren heen heeft ontwikkeld en er inhoudelijk voorstaat. We moeten dan constateren dat er veel is veranderd. Zowel ten goede als ten kwade. Wat het goede betreft, mogen we vaststellen dat de kerk haar plaats heeft weten te behouden, al is die tegenwoordig aanzienlijk minder dominant dan in vroeger jaren.

  • Ethiek

    Wat de verkondiging betreft, deze heeft zich aangepast aan ontwikkelingen binnen maatschappij en theologie. En wel in die mate, dat kerkleden van een eeuw geleden zich inhoudelijk niet meer zouden herkennen in de verkondiging van nu. Dat geldt voor met name ethische vraagstukken die gaan over levenshouding, over zedelijkheid en over, hoe wij tegen de wereld aankijken. Hier heeft de kerk haar opvattingen voortdurend moeten herzien, om aansluiting te vinden bij ontwikkelingen binnen de huidige maatschappij. Niet meer de wereldmijding, zoals dat vroeger heette. Maar in het volle leven staan en daaraan kunnen en durven deelnemen met principiële standpunten. Wat de kwalijke kant betreft, zien we dat de belangstelling voor de kerk en haar verkondiging snel achteruit gaat.

     

    Wie iets meer wil weten over historische ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerk van Feanwâldsterwâl, wordt aangeraden het door G. Venema geschreven boekje Fan Tuskendiken nei de Wâl te lezen.

  • 1648

    Uit de muurankers aan de noordkant van de toren kunnen we de conclusie trekken, dat de kerk in het jaar 1648 in gebruik is genomen. Het is ook het jaartal van het officiële einde van de 80-jarige oorlog, die werd beëindigd met het sluiten van de vrede van Münster.

    Veenwouden is ontstaan uit twee oude kerkdorpen Sint Johanneswâld en het even zuidelijker gelegen Eslawâld.

    Beide in de 14 de eeuw genoemd als dochterparochies van

    de parochie Rinsumageest.

     

    Over de voormalige kerk van Sint Johanneswâld is weinig bekend, de kerk van Eslawâld is vermeld op de Schotanuskaart en tot in de 19 de eeuw werd het oude kerkhof nog gebruikt. Wat nu De Hoek wordt genoemd is eigenlijk een gedeelte van het voormalige Eslawâld.Van de graven van het oude kerkhof worden soms nog delen van grafzerken gevonden.

  • Eenbeukig

    Het huidige kerkgebouw van Veenwouden, de Johanneskerk,werd gebouwd op de plaats waar eens de kerk van Sint Johanneswâld stond, in de directe omgeving van de Schierstins, (de uithof (13 de eeuw) van het klooster Klaarkamp Eslawâld en Sint Johanneswâld in Rinsumageest). Op een door de bewoner van de Schierstins geschonken stuk grond voor de kerk en het kerkhof en met medewerking van de Classis Dokkum van de Nederlandse Hervormde Kerk en de staten van Friesland werd de bouw financieel mogelijk. De kerk is een eenbeukig gebouw met ingebouwde toren. Het schip wordt overdekt door een laag (origineel) tongewelf. Aan het einde van de 19 de eeuw is in de kerk het orgel geplaatst. De kerk werd uitgebreid met de oostkraak en de preekstoel kreeg een andere plaats. De preekstoel dateertuit de 17 de eeuw en heeft Ionische zuiltjes aan de hoeken.

    Twee koperen kroonluchters sieren het plafond. De lampen zijn begin 1800 geschonken door ds. Folkertsma en zijn echtgenote. De inscriptie houdt de herinnering levend.

  • Klok

    In de toren hangt een klok uit 1715 met opschrift en met de wapens van Schwarzenberg en Mellema. Bij het binnengaan van de toren passeert men de historische drempel: een deksel van een sarcofaag dat later promoveerde tot altaarsteen in de roomse kerken vanaf 1648 dienst doet als drempel. Bij de linker deurpost is een wijdingskruisje nog zichtbaar.

     

    In de latere eeuwen is de kerk verschillende keren verbouwd en gerestaureerd. Vooral de aanpassingen aan het interieur hebben het beeld in de kerk aanzienlijk veranderd.

  • Renovatie

    Een uitgebreide renovatie en restauratie, zowel intern als extern, vond plaats in 1991, terwijl in 2004 het interieur opnieuw geheel is gerestaureerd en werd aangepast aan de (veiligheids-)eisen van deze tijd. Het biedt nu aan 160 kerkgangers plaats.

     

    De pastorie is gebouwd in 1852, nog voor de aanleg van de weg van de Schierstins naar Quatrebras, de huidige Stinsweg.

     

    Het voorname huis is gebouwd in de classicistische stijl met strakke indeling van de gevel. Het vierkante gebouw heeft vier schoorstenen met karakteristieke borden. Het huis wordt omgeven door een grote tuin.

  • 1755

    Vroeger vormde Veenwouden een kerkelijke gemeente met de gemeente uit Readtsjerk (Roodkerk), waar later Aldtsjerk (Oudkerk) bijkwam. Later in de tijd werd een combinatie gevormd met de dorpen Akkerwoude en Murmerwoude (thans tot één dorp samengevoegd en Damwoude geheten).

    Vanaf ongeveer 1755 is Veenwouden een zelfstandige kerkelijke gemeente.

     

    Veel meer over het ontstaan en het gebruik van de kerk door de eeuwen heen is te lezen in het boek dat ter gelegenheid van het 350 jarig bestaan in 1998 door de kerkvoogdij werd uitgebracht.

     

    Het boek is samengesteld door Harm Woelinga en Maaike Veenstra-Haakma en heeft als titel:

    350 jaar HERVORMDE KERK VEENWOUDEN1648-1998

© 2014 Kerkplein Veenwouden

En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken